Ingeval een project betrekking heeft op de oprichting, vervanging of uitbreiding van een dierenverblijf voor het houden van landbouwhuisdieren voor de productie van vlees, melk of eieren binnen een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, delen Gedeputeerde Staten bij een toestemmingsbesluit alleen ontwikkelingsruimte toe indien de huisvestingssystemen in dat dierenverblijf een emissiewaarde voor ammoniak hebben die gelijk of lager is dan de waarde die is vermeld in bijlage 1.
Het eerste lid is niet van toepassing op de oprichting, vervanging of uitbreiding van een dierenverblijf als bedoeld in het eerste lid, waarvoor op uiterlijk 30 juni 2015 een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is ingediend die voldoet aan de indieningsvereisten, bedoeld in hoofdstuk 2 van de Regeling omgevingsrecht.
Het eerste lid is evenmin van toepassing op:
vrijloopstallen voor landbouwhuisdieren van de diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar;
huisvestingssystemen voor landbouwhuisdieren die worden gehouden overeenkomstig de biologische productiemethode, met uitzondering van huisvestingssystemen voor landbouwhuisdieren van de diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar;
huisvestingssystemen voor landbouwhuisdieren van de hoofdcategorie varkens, waarvan het inpandig leefoppervlak en de oppervlakte van de verharde uitloop groter of gelijk zijn dan aangegeven in de volgende tabel:
Diercategorie
inpandig leefoppervlak
in m2 per varken
oppervlakte verharde
uitloop in m2 per varken
vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking
1,1
0,7
biggenopfok (gespeende biggen)
0,5
n.v.t.
kraamzeugen (met inbegrip van biggen tot spenen)
6,5
n.v.t.
guste en dragende zeugen
2,5
1,0
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Tijdelijke beleidsregel betreffende emissiearme huisvesting in de provincie Groningen