Het college betrekt bij de beoordeling of een in artikel 8 van de Participatieverordening bedoeld scholingstraject wordt aangeboden ook:
indien van toepassing, het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de additionele werkzaamheden uitvoert;
de scholingswens van de belanghebbende;
de capaciteiten van de belanghebbende.