De uitkering van belanghebbende wordt niet verlaagd als bedoeld in artikel 18b lid 1 van de wet indien:
belanghebbende, onder toepassing van artikel 18b lid 6 onder a van de wet, binnen een maand nadat hij schriftelijk op de hoogte is gesteld van het redelijke vermoeden als bedoeld in artikel 18b lid 4 van de wet, het trajectplan als bedoeld in artikel 19 onder c van deze beleidsregels ondertekent of;
elke vorm van verwijtbaarheid, zoals bedoeld in artikel 18b lid 6 onder b van de wet, ontbreekt, waaronder in ieder geval wordt begrepen dat belanghebbende heeft aangetoond door een psychische, lichamelijke of verstandelijke belemmering geheel niet in staat is om de Nederlandse taal in voldoende mate te gaan beheersen dan wel daardoor tijdelijk niet in staat is om zich aan de afspraken te houden zoals vastgelegd in het trajectplan als bedoeld in artikel 19 onder c van deze beleidsregels of;
belanghebbende zich volledig houdt aan de afspraken als opgenomen in het trajectplan als bedoeld in artikel 19 onder c van deze beleidsregels, waarmee belanghebbende geacht wordt te voldoen aan de voortgang die op grond van artikel 18b lid 6 onder a, lid 10 onder b en lid 11 onder b van de wet van belanghebbende verwacht mag worden, zonder dat dit leidt tot het vereiste niveau van beheersing van de Nederlandse taal of;
in de vijf jaar voorafgaand aan het moment van beoordeling van de verlaging van de uitkering, gedurende een periode van minimaal 3 jaar, zich aantoonbaar en in voldoende mate heeft ingespannen om de Nederlandse taal op het vereiste niveau te gaan beheersen hetgeen niet is gelukt of;
belanghebbende volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk in inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) waardoor op grond van artikel 9 lid 5 van de wet de arbeidsverplichtingen als genoemd in artikel 9 lid 1 onder a, b en c van de wet niet op belanghebbende van toepassing zijn;
een ontheffing van de verplichting tot inburgering op grond van de Wet Inburgering kan overleggen met als grond dat het op grond van de Wet Inburgering vereiste taalniveau (A2) niet haalbaar is of;
op het moment van beoordeling van de verlaging de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt of;
de belanghebbende houder is van een paspoort van een land uit de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte, Turkije of Zwitserland en met een tijdelijk doel in Nederland verblijft voor zover de periode van verblijf in Nederland korter dan drie aaneengesloten jaren is.