Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 12

Begripsbepalingen

Onderdeel van Participatiebeleidsregels

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - commerciële verhuur: het in gebruik geven van een onroerend goed voor een bepaalde periode tegen periodieke betaling en marktconforme prijs; - kostganger: degene die tegen een financiële vergoeding een gedeelte van een woning huurt van iemand die de woning in zijn geheel huurt van een andere dan wel in eigendom heeft, waarbij de huurder/eigenaar en de kostganger geen partners van elkaar zijn of bloedverwanten in de eerste graad. Het verschil tussen huurder en kostganger is dat de kostganger naast het woongenot ook de maaltijden op kosten van de verhuurder nuttigt; - gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21 onderdeel c van de Participatiewet; - woning: een woning als bedoeld in artikel1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag; - woonkosten: 1. indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag (wet van 24 april 1997, Stb. 1997, 197), 2. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde netto hypotheekrente, de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten (het rioolrecht, het eigenaarsdeel van de onroerende zaakbelasting, de opstalverzekering, het eigenaarsdeel van de waterschapslasten en de erfpachtcanon) en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag aan onderhoud; - woonlasten: alle kosten die verbonden zijn aan het bewonen van een woning, zoals woonkosten, energiekosten etc. conform constante jurisprudentie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel