Het college houdt bij het aanbieden van de ondersteuning en het opstellen van het trajectplan gericht op het behalen van het vereiste niveau van beheersing van de Nederlandse taal rekening met:
de persoonlijke situatie en omstandigheden van belanghebbende;
de capaciteiten van belanghebbende;
de kansen en mogelijkheden van belanghebbende op het verwerven van betaalde arbeid;
indien sprake is van betaalde arbeid: de feitelijke arbeidsduur per week en het werkrooster;
het gemeentelijke re-integratiebeleid en eventuele deelname aan een aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling;
het lokaal en regionaal beschikbare passende aanbod van taalonderwijs
de eventuele door belanghebbende aangegane scholingsverplichtingen gericht op het behalen van het inburgeringsdiploma op grond van de Wet inburgering.
HOOFDSTUK 6
Artikel 20
Maatwerk bij ondersteuning bevordering taalbeheersing
Onderdeel van Participatiebeleidsregels