**1..** Burgemeester en wethouders kunnen bijzondere regels instellen
voor de verdeelsystematiek.
**2..** De regels hebben betrekking op:
Lotingmodel
Standplaatsen via woongroepmodel
Beheerdersbelang
Woongroepen
Bemiddeling
de navolgende voorwaarden zijn van toepassing:
A. Lotingmodel
Met instemming van burgemeester en wethouders
kan maximaal 20% van het vrijkomende aanbod van
sociale woonruimte in een gemeente via het
lotingmodel worden verhuurd.
Burgemeester en wethouders kunnen aanvullende
voorwaarden stellen.
Bij het lotingssysteem zijn de voorrangsbepalingen uit
paragraaf 2.4 niet van toepassing, met uitzondering van
artikel 2.4.1, de voorrangsregel inkomen-huur en artikel
2.4.2 A bezettingsnorm.
De volgorde van de reacties bij het lotingmodel wordt
aselect bepaald (door het computersysteem). Een
woningzoekende kan per woning één reactie
uitbrengen.
Indien een loting tot een toewijzing leidt, wordt
daarvan in het advertentiemedium binnen veertien dagen
na ingang van de contractueel overeengekomen
ingangsdatum van het huurcontract mededeling
gedaan.
B. Standplaatsen via woongroepmodel met
voordrachtsregeling
Bij inschrijving voor een standplaats en voor overige
woonruimte op een woonwagenlocatie, kunnen burgemeester
en wethouders de volgende voorwaarden stellen:
een wachtlijst hanteren, gebaseerd op het
woongroepmodel met voordrachtsregeling;
de wachtlijst wordt beheerd door de door
burgemeester en wethouders aangewezen
woningcorporatie/beheerder en
inschrijven op deze wachtlijst kan alleen met
een geldig inschrijfnummer van WoningNet;
Toewijzing bij het woongroepmodel met
voordrachtregeling
Voor de toewijzing van een vrijkomende
standplaats is een aanvullende voorrangsvolgorde
vastgesteld. Deze geldt voor de eerste
inschrijvers met de langste inschrijfduur op de
wachtlijst.
Het aantal eerste inschrijvers onder a. is
afhankelijk van de grootte van de woonwagenlocatie
en te bepalen door burgemeester en
wethouders.
De rangvolgorde van de eerste inschrijvers, zoals
bepaald in lid 2, op de wachtlijst wordt als volgt
bepaald:
voor huurstandplaatsen geldt dat kinderen of
kleinkinderen van degene die de plaats huurde
voordat deze leeg kwam, voorrang hebben. De regel
dat het alleen om de eerste inschrijvers van de
wachtlijst gaat, is hierbij niet van
toepassing;
de woningzoekende die een standplaats huurt op
de betreffende woonwagenlocatie en wil
doorschuiven naar een vrijkomende standplaats op
dezelfde locatie, onder voorwaarde dat de eigen
standplaats vrijkomt;
een kind, inwonend bij familie in de eerste
graad op de locatie waar een standplaats
vrijkomt;
woningzoekende die in de afgelopen tien jaar
minimaal zes jaar aaneengesloten op de locatie
heeft gewoond;
woningzoekende die in de afgelopen tien jaar
minimaal zes jaar aaneengesloten op een
woonwagenlocatie elders in Nederland heeft
gewoond;
overige woningzoekenden. Op basis van
inschrijfduur op de wachtlijst;
voor lid a. tot e. geldt dat bij gelijke
kandidaten, degene met de langste inschrijfduur op
de wachtlijst voorrang heeft.
Een adviescommissie van bewoners van de betreffende
woonwagenlocatie adviseert de woningcorporatie/beheerder
over de toewijzing. Bij dit advies wordt de volgorde
zoals in lid 3 aangehouden.
Burgemeester en wethouders behouden het recht om
in te grijpen in het toewijzingsproces of af te
wijken van deze regeling.
Burgemeester en wethouders vragen de
woningcorporatie dan wel de beheerder om advies
als zij gebruik maakt van het bepaalde onder
a.
Voor urgentie is de urgentieregeling uit paragraaf 2.5
van toepassing. Bij urgentieverzoeken kan de
adviescommissie van bewoners dan wel van de betreffende
woonwagenlocatie om advies worden gevraagd.
C. Beheerdersbelang
Beheerdersbelang is het belang van de woningcorporatie,
de beheerder. Of er sprake is van een beheerdersbelang
is primair ter beoordeling aan de woningcorporatie, maar
ook andere instanties, inclusief burgemeester en
wethouders, kunnen een beheerdersbelang herkennen en
aankaarten bij de woningcorporatie.
Door toepassing te geven aan het beheerdersbelang kan
een huurder met voorrang worden verhuisd.
Voorwaarden bij de toepassing van het beheerdersbelang
zijn:
er mag geen nadeel zijn voor het welzijn van de
persoon in kwestie;
het is nier mogelijk gebleken om de aanleiding,
zoals de overlast, op een ander wijze adequaat te
bestrijden;
de woningcorporatie lost het probleem eert
binnen het eigen bezit op en vervolgens pas in
andermans bezit.
Woningcorporaties rapporteren jaarlijks achteraf aan
burgemeester en wethouders over de wijze waarop zij
invulling hebben gegeven aan dit artikel. Daarbij wordt
in elk geval aangegeven om welke aantallen het in het
betreffende jaar gaat met een korte aanduiding van de
aard van de problematiek. Burgemeester en wethouders
kunnen desgewenst nadere informatie vragen.
D. Woongroepen
Burgemeester en wethouders kunnen een groep huurders
aanmerken als woongroep.
Vrijkomende woonruimte binnen een woongroep
wordt door de woongroep zelf toegewezen.
Bij nieuwbouw van woonruimte voor een woongroep
is er sprake van een initiatiefgroep waarvan de
leden het recht van eerste bewoning krijgen.
Bij de toewijzing zijn de eisen voor verlening
van een huisvestingsvergunning uit artikel 2.2.3
van toepassing.
E. Bemiddeling
Burgemeester en wethouders kunnen door eenmalig aanbod
bijzondere categorieën woningzoekenden en
woningzoekenden met een indicatie urgent door
bemiddeling medewerking verlenen bij het verkrijgen van
woonruimte.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.6
Artikel 2.6.3
Toewijzingssysteem en gemeentelijke woonbeleid
Onderdeel van Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2015, Gemeente Montfoort