**1..** Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken,
indien:
niet binnen een jaar nadat de beschikking onherroepelijk
is geworden, is overgegaan tot onttrekking,
samenvoeging, omzetting of woonvorming;
de vergunning is verleend op grond van door de
vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist
of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of
onvolledig waren;
vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat
in stand laten van de vergunning zal leiden tot een
structureel overlastpatroon, in de vorm van
ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefmilieu voor de
directe omgeving van de woonruimte waarop de vergunning
betrekking heeft.
**2..** Burgemeester en wethouders gaan niet tot intrekking van de
vergunning over, voordat de vergunninghouder, bij aangetekende
brief is gewaarschuwd, dat zij de vergunning zullen intrekken,
indien niet binnen een te bepalen datum zodanige maatregelen
en/of voorzieningen zijn getroffen, die ervoor zorg dragen dat
de overlastgevende situatie wordt beëindigd.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.5
Intrekking
Onderdeel van Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2015, Gemeente Montfoort