Deze verordening verstaat onder:
Aanvrager: de eigenaar van de woonruimte of het woongebouw, waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet wordt aangevraagd;
Bewoning: met bestemming tot bewoning wordt bedoeld dat men daar permanent woont en daar zijn hoofdverblijf heeft, zoals bedoeld in de Basisregistratie personen (BRP);
College: het college van burgemeester en wethouders;
Huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en een gezamenlijke huishouding voeren;
Kamerverhuur: de verhuur van een deel van al dan niet zelfstandige woonruimte ten behoeve van (langdurige) bewoning door personen voor welke inschrijving in de BRP noodzakelijk is en die geen duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren;
Kamerverhuurpand: gebouw of een deel van een gebouw met, of geschikt te maken voor, drie of meer kamers, niet vallende onder het begrip logiesgebouw en/of logiesverblijf als bedoeld in het Bouwbesluit, die als hoofdverblijf apart zijn of kunnen worden bewoond door personen die geen gemeenschappelijke huishouding voeren;
Logiesverhuur: de verhuur van een deel van al dan niet zelfstandige woonruimte ten behoeve van (kortdurende) bewoning aan personen die geen duurzame gemeenschappelijke huishuishouding voeren en voor welke bewoning inschrijving in de BRP niet noodzakelijk is;
Logiespand: gebouw of een deel van een gebouw met, of geschikt te maken voor, drie of meer kamers, die als hoofdverblijf apart zijn of kunnen worden bewoond ten behoeve van in de regel kortdurende bewoningdoor personen die geen gemeenschappelijke huishouding voeren en waarbij een maximum geldt van 10 personen;
Omzetting: het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte (artikel 21, sub c HVW14);
Onttrekking: anders dan ten behoeve van bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning onttrekken (artikel 21, sub a HVW14) .
Onzelfstandige woonruimte: een (complex van)woonruimte(n), waarbij men wezenlijke voorzieningen, zijnde keuken, badruimte en/of toilet, gemeenschappelijk moet gebruiken en waarvan de deur van het privévertrek uitkomt op een gemeenschappelijke (verkeers)ruimte;
Splitsing: het splitsen van een recht op een gebouw in appartementsrechten, zoals bedoeld in artikel 22 van de wet;
Wet: Huisvestingswet 2014 (HVW14);
Woningcomplex: samengesteld geheel van tenminste drie gestapelde woningen;
Woonruimte: besloten woonruimte die, al dan niet te samen met andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden (conform artikel 1 Huisvestingswet 2014);
Zelfstandige woonruimte: een woonruimte welke een eigen toegang heeft, al dan niet achter een gezamenlijke voordeur en waarbij de keuken, badruimte en toilet niet gedeeld hoeven worden met andere bewoners van het pand.