1. Om te bepalen in hoeverre een verstrekking in pgb passend is in de zin van art. 8.1.1 lid 2 sub b van de Jeugdwet kan het college in elk geval rekening houden met de volgende omstandigheden:
a. de ondersteuning is niet goed vooraf in te plannen;
b. de ondersteuning moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden;
c. de ondersteuning moet op veel korte momenten per dag geboden worden;
d. de ondersteuning moet op verschillende locaties worden geleverd;
e. de noodzaak voor 24-uurs ondersteuning;
f. de noodzaak voor het verlenen van ondersteuning door een vaste hulpverlener op grond van de aard van de beperking;
g. de wens tot het leveren van ondersteuning door een hulpverlener die aansluit bij godsdienstige gezindheid, levensovertuiging of culturele achtergrond van de jeugdige; of
h. in hoeverre de jeugdige zich, gelet op de door hem verstrekte gegevens of bescheiden, voldoende heeft georiënteerd op het door het college gecontracteerde zorgaanbod.