Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Goeree-Overflakkee 2015

1.. Conform artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige en/of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan burgemeester en wethouders mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. 2.. Conform artikel 8.1.4 van de wet kunnen burgemeester en wethouders een besluit, genomen op grond van deze verordening herzien dan wel intrekken indien het college vaststelt dat: de jeugdige en/of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere besluit zou hebben geleid; de jeugdige en/of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen; de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer toereikend is te achten; de jeugdige en/of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van het pgb, of de jeugdige en/of zijn ouders de individuele voorziening niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3.. Indien burgemeester en wethouders een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, hebben ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kunnen burgemeester en wethouders van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde terugvorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 4.. Een besluit tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken indien blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel