Deze bepaling is eveneens overgenomen uit het convenant woningaanpassingen WMO 2015. Hierbij moet gedacht worden aan situaties waarbij de geïndiceerde persoon is overleden of is verhuisd naar een verpleeghuis en de niet geïndiceerde partner/echtgenoot/ouder(s) in de aangepaste woning achterblijft (de in deze regel genoemde voorbeelden zijn niet limitatief). Gezien de inbreuk die een dergelijke bepaling kan opleveren voor het woongenot van de huurder(s) zal deze bepaling uitsluitend worden ingezet als er sprake is van ‘dringend eigen gebruik’ door de gemeente Veenendaal. De huurder die op grond van deze bepaling de woning moet verlaten, kan gebruik maken van de urgentieregeling.
HOOFDSTUK 3
Artikel 9
Verhuisintentie
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Veenendaal 2015