Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 20.

Inwerkingtreding en overgangsrecht

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Almelo 2015

1.. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2015 en vervangt hoofdstuk 4 van de Verordening WWB, IOAW en IOAZ: eigen verantwoordelijkheid participatie en inkomen 2014. 2.. Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Verordening WWB, IOAW en IOAZ: eigen verantwoordelijkheid participatie en inkomen 2014, behoudt deze voorziening voor de duur als vóór 1 juli 2015 is overeengekomen, voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Verordening WWB, IOAW en IOAZ: eigen verantwoordelijkheid participatie en inkomen 2014. 3.. De Verordening WWB, IOAW en IOAZ: eigen verantwoordelijkheid participatie en inkomen 2014 blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het tweede lid. 4.. Het college kan voor personen die beschikken over een geldige SW-indicatie, en die per 31 december 2014 waren aangesteld op basis van een sociale werkvoorziening (SW)-dienstbetrekking of begeleid werken, zoals bedoeld in de Wsw, een loonkostensubsidie verstrekken aan de werkgever ten behoeve van een arbeidsplaats, met een minimale duur van 6 maanden. 5.. De loonkostensubsidie per SW-geïndiceerde zoals bedoeld in het vierde lid wordt gebaseerd op de ontbrekende loonwaarde en de begeleidingskosten van de medewerker. Voor de loonwaarde-meting hiervan wordt aangesloten bij de in artikel 8 lid 6 bedoelde methodiek. Deze meting vindt minimaal 1 keer per 3 jaar plaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel