**1..** Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2015 en vervangt hoofdstuk 4 van de Verordening WWB, IOAW en IOAZ: eigen verantwoordelijkheid participatie en inkomen 2014.
**2..** Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Verordening WWB, IOAW en IOAZ: eigen verantwoordelijkheid participatie en inkomen 2014, behoudt deze voorziening voor de duur als vóór 1 juli 2015 is overeengekomen, voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Verordening WWB, IOAW en IOAZ: eigen verantwoordelijkheid participatie en inkomen 2014.
**3..** De Verordening WWB, IOAW en IOAZ: eigen verantwoordelijkheid participatie en inkomen 2014 blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het tweede lid.
**4..** Het college kan voor personen die beschikken over een geldige SW-indicatie, en die per 31 december 2014 waren aangesteld op basis van een sociale werkvoorziening (SW)-dienstbetrekking of begeleid werken, zoals bedoeld in de Wsw, een loonkostensubsidie verstrekken aan de werkgever ten behoeve van een arbeidsplaats, met een minimale duur van 6 maanden.
**5..** De loonkostensubsidie per SW-geïndiceerde zoals bedoeld in het vierde lid wordt gebaseerd op de ontbrekende loonwaarde en de begeleidingskosten van de medewerker. Voor de loonwaarde-meting hiervan wordt aangesloten bij de in artikel 8 lid 6 bedoelde methodiek. Deze meting vindt minimaal 1 keer per 3 jaar plaats.
Hoofdstuk 6.
Artikel 20.
Inwerkingtreding en overgangsrecht
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Almelo 2015