Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Verplichtingen

Onderdeel van Subsidieregeling peuterspeelzalen Goeree-Overflakkee

1.. Om in aanmerking te komen voor subsidie moet de aanvrager er voor zorg dragen dat: het plaatselijk peuterspeelzaalwerk voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen zoals omschreven in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko); de accommodaties en de buitenspeelruimte behorend bij de accommodaties voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in de Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen Goeree-Overflakkee; de groepen bestaan uit maximaal 16 kinderen; de groepen bestaan uit kinderen in de leeftijd van 2 jaar en 6 maanden tot 4 jaar, met dien verstande dat het voor de laatste of enige groep uit bedrijfsmatige overwegingen tijdelijk is toegestaan de groep op te vullen met peuters vanaf de leeftijd van 2 jaar en 3 maanden; de groepen en minimale bezetting per groep als volgt zijn opgebouwd: Van een peuterspeelzaallocatie die uit 4 of meer groepen bestaat, bestaat de laatste groep uit tenminste 11 peuters. Dit aantal is derhalve het minimum aantal peuters waaruit een nieuw te starten groep moet bestaan. Wanneer bij een bestaande groep het aantal van 11 peuters niet gehaald wordt, moet deze groep worden opgeheven, tenzij op grond van demografische prognoses het vermoeden gerechtvaardigd is dat de groep binnen een periode van twee jaar weer uit meer dan 11 peuters zal bestaan. Van een peuterspeelzaallocatie die uit 2 of 3 groepen bestaat, bestaat de laatste groep uit tenminste 7 peuters. Dit aantal is derhalve het minimum aantal peuters waaruit een nieuw te starten groep moet bestaan bij een peuterspeelzaal die uit 1 of 2 groepen bestaat. Wanneer bij een bestaande groep het aantal van 7 peuters niet gehaald wordt, moet deze groep worden opgeheven, tenzij op grond van demografische prognoses het vermoeden gerechtvaardigd is dat de groep binnen een periode van twee jaar weer uit meer dan 7 peuters zal bestaan. De enige groep van een peuterspeelzaal moet uit tenminste 8 peuters bestaan. Wanneer het aantal van 8 peuters niet gehaald wordt, moet deze groep en daarmee de peuterspeelzaallocatie worden opgeheven, tenzij op grond van demografische prognoses het vermoeden gerechtvaardigd is dat de groep binnen een periode van twee jaar weer uit meer dan 8 peuters zal bestaan. er per groep minimaal één gekwalificeerde beroepskracht en één vrijwilliger aanwezig is; een kind op 2 dagen per week een dagdeel de peuterspeelzaal bezoekt; er voor alle ingeschreven kinderen op de peuterspeelzaal door de ouders een ouderbijdrage betaald wordt; minimaal ambitieniveau 1 gerealiseerd wordt, waarbij de volgende ambitieniveaus worden onderscheiden: ambitieniveau 0: ‘spelen en ontmoeten’ ambitieniveau 1: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen en signaleren’ ambitieniveau 2: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen’. 2.. Voor sluiting van een peuterspeelzaallocatie moet schriftelijk toestemming van burgemeester en wethouders worden gevraagd. 3.. Wijzigingen in de exploitatie van een peuterspeelzaal die leiden tot structureel hogere huisvestingskosten, behoeven de goedkeuring van burgemeester en wethouders alvorens ze worden doorgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel