Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 15

Tegenprestatie

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015

1.. Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, opdragen als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: naar hun aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; niet zijn bedoeld als re-integratie instrument; worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht; niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. 2.. Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college in ieder geval rekening met de volgende factoren: de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door de belanghebbende; de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van de belanghebbende; de persoonlijke wensen en kwaliteiten van de belanghebbende; de werkzaamheden die door belanghebbende in het kader van vrijwilligerswerk reeds door de belang- hebbende worden verricht. 3.. Het college draagt geen tegenprestatie op indien een belanghebbende mantelzorg verricht voor zover het verrichten van mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is. 4.. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de omvang en de duur van de tegenprestatie.

Rechtspraak bij dit artikel