Een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet kan worden geweigerd als:
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de splitsing gediende belang;
het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende gebouw;
de splitsing leid tot strijd met het vigerende bestemmingsplan voor het gebied waarin het gebouw is gelegen;
de splitsing zou leiden tot woningen met een oppervlakte van minder dan 50m2 BVO (NEN 2580) per woning;
de splitsing zou leiden tot woningen die niet voldoen aan de voorwaarden en bepalingen uit het Bouwbesluit;
de toestand van het gebouw zich uit het oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of gedeeltelijk tegen splitsen verzet;
de onder a en b genoemde bepalingen niet voldoende kunnen worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de splitsingsvergunning.
1 › 1.3
Artikel 18
Weigeringsgronden
Onderdeel van HUISVESTINGSVERORDENING ZUID-KENNEMERLAND/IJMOND: Zandvoort 2015