**1..** Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van het college van de deelnemende gemeente afloopt.
**2..** De colleges van de deelnemende gemeenten beslissen zo mogelijk in de eerste vergadering van elke nieuwe zittingsperiode over de aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur.
**3..** Indien een college niet kan voldoen aan het tweede lid, blijven de aangewezen leden - zolang zij burgemeester of wethouder van de betreffende deelnemende gemeente zijn - als zodanig fungeren, totdat dat college in hun opvolging heeft voorzien.
**4..** Het lid dat ophoudt lid van het college van een deelnemende gemeente te zijn, houdt daarmee tevens op lid van het algemeen bestuur te zijn.
**5..** Indien tussentijds een plaats van een lid in het algemeen bestuur beschikbaar komt, wijst het college dat het aangaat, in zijn eerstvolgende vergadering of, zo dit niet mogelijk mocht zijn, zo spoedig mogelijk daarna, een nieuw lid aan.
**6..** Van elke aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur geven de colleges van de deelnemende gemeenten binnen 14 dagen kennis aan het algemeen bestuur.
**7..** Het algemeen bestuur kan vertegenwoordigers van andere dan aan de regeling deelnemende gemeenten, alsmede vertegenwoordigers van andere instellingen, toelaten tot de vergaderingen van het algemeen bestuur. In de vergaderingen kunnen zij van hun gevoelens ten aanzien van de te behandelen onderwerpen doen blijken.
HOOFDSTUK IV › Paragraaf 1.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Samenwerkingsregeling Noordwest-Veluwe