Een cliënt heeft recht op een beschermde woonomgeving indien de cliënt niet zelfstandig kan wonen en zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving. De cliënt heeft aanspraak op een beschermde woonomgeving, indien:
sprake is van ernstige psychische of psychosociale problemen;
hij niet zelfstandig kan leven en een mogelijk gevaar voor zichzelf of anderen vormt;
hij afhankelijk is van anderen als het gaat om oordeelsvorming over essentiële zaken in het dagelijks bestaan;
hij vaardigheden mist om zich staande te houden in een individuele, zelfstandige woonomgeving;
hij niet of niet altijd in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen. Het betreft het niet adequaat kunnen alarmeren; of
de cliënt meer dan drie etmalen per week op verblijf in een beschermde woonomgeving is aangewezen.
Hoofdstuk 11
Artikel 11.1
Maatwerkvoorziening voor beschermd wonen
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2015