**1..** Het college kan krachtens artikel 1.13 van de Wet Kinderopvang een tegemoetkoming verstrekken aan ouders in aanvulling op de kinderopvangtoeslag. Om in aanmerking te komen voor deze tegemoetkoming moet de ouder tot één van de volgende doelgroepen behoren:
de ouder die een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, de IOAW, IOAZ of ANW en gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a van de Participatiewet, artikel 34, eerste lid, onder a, IOAW, of artikel 34, eerste lid, onder a, IOAZ, welke voorziening een noodzaak tot kinderopvang met zich meebrengt;
de ouder die minderjarig is, scholing of een opleiding volgt en algemene bijstand op grond van de Participatiewet ontvangt of kan ontvangen;
de ouder die op grond van de Wet Inburgering een inburgeringscursus volgt bij een gecertificeerde instelling en algemene bijstand op grond van de Participatiewet ontvangt;
de ouder die een inkomen uit arbeid en aanvullende algemene bijstand op grond van de Participatiewet ontvangt;
**2..** De hoogte van de vergoeding bedraagt het verschil tussen de werkelijke kosten van de kinderopvang en de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Er wordt uitgegaan van de maximale uurprijs voor de kinderopvang zoals genoemd in artikel 4 van het Besluit kinderopvangtoeslag.
**3..** De tegemoetkoming kinderopvang wordt voorlopig berekend en in maandelijkse termijnen betaald. Na afloop van het kalenderjaar wordt de tegemoetkoming definitief vastgesteld aan de hand van de definitieve beschikking kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst en de jaaropgave van het kinderopvangcentrum of gastouderbureau.
**4..** De gemeente vordert teveel betaalde tegemoetkoming terug.
**5..** De vergoeding wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de bijdrage is ingediend. Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de vergoeding verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden.
**6..** De vergoeding wordt verleend voor de (resterende) periode van het berekeningsjaar.
**7..** Het college verstrekt de vergoeding voor het aantal uren kinderopvang per maand dat naar het oordeel van het college voor de ouder redelijkerwijs noodzakelijk is. Hierbij wordt rekening gehouden met de aantoonbare mogelijkheden van de aanvrager om zelf in kinderopvang te voorzien of met een passende voorziening waar de ouder redelijkerwijs gebruik van zou kunnen maken.
Artikel 3.6.2
- Aanvulling op kinderopvangtoeslag
Onderdeel van Beleidsregels re-integratie gemeente Tholen 2015