Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 13

- Vaststelling van de duur en de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij uitstroom uit de bijstand en bij niet-uitkeringsgerechtigden

Onderdeel van Terug- en invordering, verhaal en krediethypotheek Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Tholen 2015

1.. De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij beëindiging of intrekking van de bijstand wordt gedurende 6 maanden na de verzenddatum van dit besluit, gesteld op het bedrag dat belanghebbende maandelijks reeds afloste tijdens de bijstandsperiode. 2.. Na afloop van de termijn van 6 maanden wordt bij alle vorderingen de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit naar draagkracht individueel vastgesteld, rekening houdend met het gestelde in artikel 11, lid 3 en 4 en artikel 13. 3.. Indien op het moment van het nemen van een terugvorderingbesluit een ander inkomen wordt ontvangen dan een uitkering voor levensonderhoud op grond van de Participatiewet of IOAW/IOAZ, wordt bij alle vorderingen de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit van aanvang af vastgesteld op het bedrag genoemd in lid 2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel