Het is verboden om een woonruimte, behorend tot een met het oog op het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening aangewezen categorie gebouwen en die gelegen is in een in de huisvestingsverordening aangewezen wijk, zonder vergunning van burgemeester en wethouders:
anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning te onttrekken;
anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar met andere woonruimte samen te voegen;
van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten;
te verbouwen tot twee of meer woonruimten.
Het verbod is dus opgenomen in de wet, terwijl de gemeenteraad de woonruimte aanwijst waarop het verbod van toepassing is. Ingevolge artikel 14 is de Huisvestingsverordening van toepassing op alle woonruimte (ruimte die in het bestemmingsplan voor wonen is bestemd met een uitzondering van de woonruimten die (krachtens de huisvestingsverordening 1994) mogen worden gebruikt voor recreatieve doeleinden (tweede woninglijst) binnen de gemeente Schiermonnikoog.
Doel van de verordening
De Huisvestingsverordening Schiermonnikoog is vastgesteld met het oog op het belang van een goede en rechtvaardige verdeling van de beschikbare woonruimte in de gemeente Schiermonnikoog. De leefbaarheid van het dorp staat daarbij centraal.
Theorie
De onttrekkingsvergunning wordt verleend, indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders het met de onttrekking gediende belang groter is dan het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad. In de Toelichting bij deze bepaling wordt opgemerkt dat bijvoorbeeld kan worden gedacht aan iemand zijn huis heeft verkocht, doch de woning tijdelijk wil verhuren voor recreatieve doeleinden. Ook kan gedacht worden aan een situatie waarbij de aanvrager compensatie biedt door een andere woning voor de permanente voorraad ter beschikking te stellen.
Een vergunning is nodig bij recreatief gebruik van (gedeelten van) woonruimte, maar bijvoorbeeld ook voor het tijdelijk huisvesten van personeel of voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf. Een vergunning is dus nodig als een woning -geheel of gedeeltelijk- niet meer wordt gebruikt voor het bieden van permanenthoofdverblijf, maar voor andere doeleinden in gebruik is of wordt genomen.
In de toelichting op de door de gemeenteraad vastgestelde Huisvestingsverordening Schiermonnikoog staat het volgende (bladzijde 7, onder artikel 2):
“In een toeristengemeente komt het wel voor dat een deel van de woning (b.v. slaapkamer) tijdelijk wordt verhuurd voor het verblijf van toeristen. Dit is niet in strijd met de verordening, mits de woning voor het overige permanent wordt bewoond. De hoofdbestemming dient derhalve permanent te blijven”.
Volledigheidshalve wordt erop gewezen dat de vergunningsplicht niet alleen geldt voor eigen woningen, maar ook voor huurwoningen.
Hoofdstuk
Artikel 21
Artikel 21
Onderdeel van Beleidsregel voor het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning