Het college kan aan de persoon, behorend tot de doelgroep, die
arbeid in dienstbetrekking verricht of gaat verrichten of arbeid
op een proefplaats verricht of gaat verrichten, voorzieningen
toekennen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de
mogelijkheid tot het verrichten van arbeid, het volgen van
scholing of opleiding.
Onder voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden
uitsluitend verstaan:
vervoersvoorzieningen die er toe strekken dat de belanghebbende
zijn werkplek of opleidingslocatie kan bereiken;
intermediaire activiteiten ten behoeve van personen met een
visuele, auditieve of motorische handicap;
meeneembare voorzieningen ten behoeve van de inrichting van de
arbeidsplaats, de productie- en werkmethoden, de inrichting van
de opleidingsplaats of de proefplaats en de bij de arbeid of
opleiding te gebruiken hulpmiddelen, die in overwegende mate op
het individu van de belanghebbende zijn afgestemd;
en
Het college kan aan de belanghebbende, bedoeld in het eerste
lid, op aanvraag vervoersvoorzieningen toekennen die strekken
tot verbetering van zijn leefomstandigheden en die deel uitmaken
van dan wel rechtstreeks samenhangen met voorzieningen als
bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.
Het college kan bij nadere regels bepalen dat voor een
voorziening een eigen bijdrage is verschuldigd of dat een
voorziening niet wordt verstrekt of wordt beëindigd indien het
inkomen of vermogen van de belanghebbende meer bedraagt dan een
door het college vast te stellen bedrag.
HOOFDSTUK 3
Artikel 17
Persoonlijke voorzieningen bij werk of scholing
Onderdeel van Verordening Re-integratie, Loonkostensubsidie en Studietoeslag Stichtse Vecht 2015