**1..** Het college stelt een loonkostensubsidie beschikbaar aan werkgevers
voor personen die behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie als
bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e van de
Participatiewet.
**2..** De loonkostensubsidie die de werkgever ontvangt is het verschil
tussen het wettelijk minimumloon en de loonwaarde, vermeerderd met
een vergoeding voor de werkgeverslasten. Deze bedraagt per 1 januari
2015 maximaal 23% van de loonkosten waarover loonkostensubsidie op
grond van artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet wordt
verstrekt. (conform AmvB 2014-0000178543).
**3..** De loonkostensubsidie wordt in principe alleen verstrekt bij een
loonwaarde van minimaal 40%.
**4..** Als het CAO loon hoger is dan het WML, zijn de meerkosten voor
rekening van de werkgever.
**5..** De duur van de verstrekking van loonkostensubsidie is afhankelijk
van de loonwaarde. Elk jaar wordt die opnieuw bepaald. Bij een
loonwaarde van 100 % WML stopt de subsidie. Wanneer iemand dat nooit
bereikt kan de loonkostensubsidie blijven doorgaan.
**6..** De subsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de
concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen
verdringing plaatsvindt.
**7..** De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond
van een andere regeling aanspraak maakt op financiële
tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de
werknemer.
**8..** Het college kan een loonkostensubsidie verstrekken aan werkgevers
die met een kwetsbare, uiterst kwetsbare of gehandicapte werknemer
een arbeidsovereenkomst sluiten.
**9..** Het college kan nadere regels stellen ter uitwerking van deze
regeling.
HOOFDSTUK 3
Artikel 9
Loonkostensubsidie
Onderdeel van Verordening Re-integratie, Loonkostensubsidie en Studietoeslag Stichtse Vecht 2015