1.Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning
intrekken, indien:
niet binnen en jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
geworden, is overgegaan tot overschrijving in de openbare
registers van de akte van splitsing in appartementsrechten,
bedoeld in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk
Wetboek, of tot het verlenen van deelnemings- of
lidmaatschapsrechten;
de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 4.2.4
lid 2, niet worden nageleefd;
de vergunning is verleend op grond van door de
vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
waren.