1 a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het opleggen van een
bestuurlijke boete voor de overtreding van artikel 2.2.1, eerste en
tweede lid, artikel 4.1.2, artikel 4.2.2 en artikel 4.2.4 tweede
lid.
Burgemeester en wethouders bepalen de hoogte van de op te leggen
boete overeenkomstig de tabel in bijlage 2.
Voor de eerste overtreding van artikel 2.2.1, eerste en tweede
lid, artikel 4.1.2, artikel 4.2.2 en artikel 4.2.4 tweede lid,
gelden de boetes overeenkomstig kolom A van de tabel.
Voor de tweede, derde, vierde en volgende overtredingen van
artikel 2.2.1, eerste en tweede lid, artikel 4.1.2, artikel
4.2.2 en artikel 4.2.4 tweede lid, binnen drie jaar na de eerste
overtreding, gelden de boetes overeenkomstig kolom B, C en D van
de tabel.