Burgemeester en wethouders kennen voor de in artikel 4.1 aangewezen woonruimte urgentie toe aan woningzoekenden die voldoen aan artikel 12 lid 3 van de wet:
woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten;
woningzoekenden met maatschappelijke binding die mantelzorg ontvangen of verlenen, of,
vergunninghouders (statushouders) als bedoeld in artikel 28 van de wet.
Burgemeester en wethouders kennen voor de in artikel 4.1 aangewezen woonruimte urgentie toe aan woningzoekenden die voldoen aan:
de criteria voor de verlening van een huisvestingsvergunning uit artikel 4.4, met uitzondering van het criterium over de rangorde, en,
de randvoorwaarden uit artikel 2.2, en,
één of meer van de criteria van artikel 2.3.
Burgemeester en wethouders kennen voor de in artikel 4.1 aangewezen woonruimte herhuis-vestingsurgentie toe indien er een concreet plan voor sloop of renovatie van de bestaande woning voorligt dat noopt tot vertrek uit die woning.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Toekenning urgentie
Onderdeel van Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2015