De aanvrager komt voor een voorrangsverklaring op basis van een indicatie van het verlaten van een opvanginstelling in aanmerking op de volgende voorwaarden:
de aanvrager is opgenomen geweest in een opvanginstelling, die vermeld is op de lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen;
hij beschikte voor zijn opname aantoonbaar over zelfstandige huisvesting in de regio. Van de eis van maatschappelijke binding aan de regio is ontheffing mogelijk indien terugkeer naar de plaats van herkomst aantoonbaar tot een (levens)bedreigende situatie zou leiden of kunnen leiden, of indien terugkeer aantoonbaar niet haalbaar is. Van de eis van het beschikken in het verleden over zelfstandige huisvesting is ontheffing mogelijk indien terugkeer naar de vroegere huisvesting niet mogelijk is;
de voorrangsverklaring wordt aangevraagd door tussenkomst van de opvanginstelling. Cliënten die op eigen initiatief een voorrangsverklaring aanvragen, worden terugverwezen naar de opvanginstelling;
de opvanginstelling geeft in het behandelplan van haar cliënt een moment aan voor het starten van de huisvestingsprocedure van de cliënt;
de opvanginstelling overlegt bij de aanvraag een verklaring voor dat de cliënt in staat is om zelfstandig een huishouding te voeren;
de opvanginstelling legt een na- begeleidingsplan voor, waaruit onder meer blijkt welke begeleiding wordt geboden, in welke vorm en wie daarvoor verantwoordelijk en aanspreekbaar is. De instelling hoeft nazorg niet zelf te leveren, maar kan die via derden regelen. De verantwoordelijkheid voor het regelen van nazorg ligt bij de instelling zelf.
De aanvrager komt voor een voorrangsverklaring op basis van een indicatie van het verlaten van een instelling in aanmerking op de volgende voorwaarden:
wegens terugkeer uit detentie zelfstandige woonruimte nodig heeft, en
die voor zijn detentie aantoonbaar over zelfstandige woonruimte in de regio beschikte, en
waarvan de voorrangsverklaring wordt aangevraagd door tussenkomst van de ketenregisseur van de Centrale Toegang.
Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing in verband met het verlaten opvanginstelling en geweldsgerelateerde opvang wordt voor gemotiveerd advies voorgelegd aan het PUV.
Voor de beoordeling van de aanvraag formuleert de DGJ / Specialistisch Team Wonen het advies aan het PUV. Het PUV adviseert op haar beurt aan het college van Burgemeester en wethouders.Het advies is altijd gemotiveerd.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.11
Voorrangsgronden: Verlaten opvanginstelling en geweld gerelateerde opvang
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Dordrecht