Burgemeester en wethouders vermelden in een voorrangsverklaring de volgende zaken:
de naam en de contactgegevens van de woningzoekende;
de datum van de aanvraag zoals bedoeld in artikel 2.2;
de erkenning dat de woningzoekende aan wie de voorrangsverklaring is verleend dringend behoefte heeft aan woonruimte binnen de door burgemeester en wethouders aangegeven termijn;
het huisvestingsprofiel dat voor de desbetreffende woningzoekende van toepassing is, onder de mededeling dat de voorrang beperkt is tot woonruimte die past binnen het huisvestingsprofiel;
de termijn waarbinnen van de voorrangsverklaring gebruik kan worden gemaakt;
of de voorrangsverklaring lokaal of regionaal geldt, dan wel
de huisvestende corporatie een woning zal aanbieden.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.18
Inhoud van de voorrangsregeling
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Dordrecht