**1..** De raad stelt de vraagstelling en de antwoordcategorieën van het referendum vast.
**2..** De vraagstelling dient helder en eenduidig beantwoordbaar te zijn met:
ja of neen;
een voorkeur voor één van de alternatieven, dan wel met een voorkeur voor geen van de alternatieven.
**3..** De vraagstelling bij een referendum op initiatief van de raad gaat vergezeld van een overzicht van de argumenten voor en tegen van de in de vraagstelling opgenomen keuzemogelijkheden. Daarnaast dienen de in artikel 6, tweede lid, genoemde zaken worden bijgevoegd:
de aard en inhoud van de beleidskwestie;
een analyse van de achtergronden van de beleidskwestie;
een beschrijving van de gevolgen, de financiële daaronder begrepen, van een positief antwoord en van een negatief antwoord op de vraagstelling, dan wel van een keuze voor een bepaald alternatief.