**1..** In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
bebouwde kom: de gebieden binnen de komgrenzen, zoals deze door de raad zijn aangewezen op grond van artikel 21a van de Wegenverkeerswet;
bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
dakkapel: een uitbouw in een schuin dakvlak, waarbij in ieder geval aan weerszijden en aan de bovenzijde sprake is van dakbedekking, veelal bestaand uit dakpannen;
dakopbouw: een uitbouw waarbij sprake is van een nieuwe verdieping op een plat dak of een verhoging van de nok van een schuin dak of het doortrekken van een gevel;
erker: een ruimte, in plattegrond trapeziumvormig, rechthoekig of halfrond, als uitbreiding van een ruimte of ander vertrek in een gebouw, die buiten de gevel uitsteekt en in open verbinding staat met het bedoelde vertrek;
ondergeschikt bouwdeel: een buiten de gevel of de dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een gebouw, zoals een dakvenster, een balkon, een luifel, een galerij, schoorsteen en een bloemenvenster.
**2..** In die gevallen dat het van toepassing zijnde bestemmingsplan een andere definitie hanteert, wordt bij de toepassing van deze beleidsregels de definitie uit het bestemmingsplan gehanteerd.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels planologische afwijkingen Deventer