**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 22a Participatiewet wordt de rekennorm bijgesteld:
Indien voor het onderwijs of de beroepsopleiding aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet op de studiefinanciering 2000, op een tegemoetkoming in de studiekosten op grond van Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, dan wel;
Indien de belanghebbende op de eerste dag van het kalenderkwartaal waarin de beëindiging plaatsvond jonger was dan 25 jaar en de voor werkzaamheden beschikbare tijd voor tenminste 19 uur per week in beslag werd genomen door het onderwijs of de beroepsopleiding, tenzij het betreft een scholing of opleiding als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b van de wet.
**2..** Van een recente beëindiging van de deelname aan onderwijs of beroepsopleiding als bedoeld in het eerste lid, is sprake zolang nog geen periode van een half jaar is verstreken, gerekend vanaf het tijdstip van die beëindiging.
**3..** In afwijking van lid 1, wordt de verlaging niet doorgevoerd indien de alleenstaande ouder kinderen heeft jonger dan vijf jaar.
**4..** De verlaging bedraagt 10% van de gehuwdennorm van artikel 21 onderdeel b Participatiewet gedurende zes maanden, gerekend vanaf het tijdstip van de beëindiging van de aanspraak op studiefinanciering of tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten.