Het college stelt een loonkostensubsidie beschikbaar aan werkgevers voor personen die behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e van de Participatiewet.
De loonkostensubsidie die de werkgever ontvangt is het verschil tussen het wettelijk minimumloon en de loonwaarde, vermeerderd met een vergoeding voor de werkgeverslasten. Deze bedraagt per 1 januari 2015 maximaal 23% van de loonkosten waarover loonkostensubsidie op grond van artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet wordt verstrekt. (conform AmvB 2014-0000178543).
De loonkostensubsidie wordt in principe alleen verstrekt bij een loonwaarde van minimaal 40%.
Als het CAO loon hoger is dan het WML, zijn de meerkosten voor rekening van de werkgever.
De duur van de verstrekking van loonkostensubsidie is afhankelijk van de loonwaarde. Elk jaar wordt die opnieuw bepaald. Bij een loonwaarde van 100 % WML stopt de subsidie. Wanneer iemand dat nooit bereikt kan de loonkostensubsidie blijven doorgaan.
De subsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing plaatsvindt.
De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer.
Het college kan een loonkostensubsidie verstrekken aan werkgevers die met een kwetsbare, uiterst kwetsbare of gehandicapte werknemer een arbeidsovereenkomst sluiten.
Het college kan nadere regels stellen ter uitwerking van deze regeling.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Loonkostensubsidie
Onderdeel van Verordening Re-integratie, Loonkostensubsidie en Studietoeslag Wijdemeren 2015