Naar hoofdinhoud
Zittingsduur en vacatures leden raadscommissie De zittingsperiode van de voorzitter en zijn plaatsvervanger eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in art. 11, lid 7 en 8 gestelde eisen. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger van zijn functie ontheffen. De voorzitter en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde hun werkzaamheden neerleggen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. Indien er een vacature van voorzitter of zijn plaatsvervanger ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van art. 2, lid 2. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel