Spreekrecht burgers
Na de opening van de commissievergadering kunnen aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren zoveel mogelijk over geagendeerde onderwerpen bij de commissies. In de raad kan ingesproken worden over commissieoverschrijdende onderwerpen.
Het woord kan niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen een bezwaar- en/of beroepsschrift is ingediend of de rechter om een uitspraak is gevraagd en de uitspraak nog niet onherroepelijk is geworden;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
in een raadsvergadering over de voor die vergadering geagendeerde onderwerpen.
Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit vóór 12.00 uur op de dag van de vergadering bij de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
Elke spreker krijgt maximaal drie minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan tien sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk
Artikel 24
Artikel 24
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad en raadscommissies