Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.5

Artikel 17

Inschrijving als woningzoekende

Onderdeel van Huisvestingsverordening juli 2015 gemeente Leidschendam-Voorburg

1.. Huishoudens die in aanmerking willen komen voor een huurwoning van een woningcorporatie schrijven zich in bij de samenwerkende woningcorporaties in de regio. 2.. Huishoudens worden op hun verzoek ingeschreven indien: de aanvrager 18 jaar of ouder is; de leden van het huishouden de Nederlandse nationaliteit bezitten of over een geldige verblijfstitel in Nederland beschikken. 3.. In afwijking van het tweede lid wordt een aanvrager die nog geen 18 jaar of ouder is op zijn verzoek ingeschreven indien: de aanvrager een kind heeft of beide ouders van de aanvrager zijn overleden en het verzoek wordt ondersteund met een advies van een erkende voorziening voor hulpverlening of voogd of de aanvrager is getrouwd of getrouwd is geweest of de aanvrager geregistreerd partner is of geregistreerd partner is geweest of sprake is van handlichting (als bedoeld in artikel 235 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek). 4.. Woningcorporaties hanteren een inschrijfregister en stellen ten aanzien van inschrijving in het register een protocol op. 5.. Het in lid 4 genoemde protocol dient ten minste aan de volgende uitgangspunten te voldoen: in heel de regio wordt een uniform protocol gehanteerd; het protocol wordt openbaar bekend gemaakt; onderdeel van de inschrijving is de registratie van een eventuele voorrangsverklaring; woningcorporaties leggen het te hanteren protocol voor advies voor aan burgemeester en wethouders voor zover het de publiekrechtelijke onderdelen van het protocol betreft; indien het protocol naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende voldoet aan de uitgangspunten onder a tot en met c, treden zij binnen zes weken in overleg. 6.. Woningcorporaties halen een inschrijving door indien: de woningzoekende een woning heeft aanvaard; de woningzoekende niet meer aan de vereisten voor inschrijving voldoet; de woningzoekende 3 keer niet reageert op een verzoek tot actualisatie van de noodzakelijk gegevens; de woningzoekende daarom verzoekt; de woningzoekende is overleden; de woningzoekenden het inschrijfgeld niet binnen de betalingstermijn heeft voldaan; de woningzoekende doelbewust fraudeert met inschrijfgegevens met de bedoeling om een voorrangspositie bij woningtoewijzing te krijgen ten opzichte van andere woningzoekenden. 7.. In afwijking van het gestelde in het zesde lid, onder a, wordt een inschrijving niet doorgehaald indien: de woningzoekende tijdelijk in een wisselwoning verblijft of tijdelijke woonruimte huurt; de woningzoekende die een andere woning accepteert op basis van een tijdelijke huurovereenkomst daarom verzoekt; de woningzoekende die na inschrijving op een ander woonadres in de Basisregistratie Personen niet over zelfstandige woonruimte beschikt daarom verzoekt. d. . Indien een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan, vervalt de inschrijving van die jongere om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet. e. Indien een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 271, eerste lid, tweede volzin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel