De hoogte van de eigen bijdrage voor opvang is zodanig dat de cliënt van zijn bijdrageplichtig inkomen, waaronder wordt verstaan het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde cliënt, dan wel het inkomen over het peiljaar van de gehuwde cliënten tezamen, vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde cliënt, dan wel vermeerderd met 8% van de opgetelde vermogens van de gehuwde cliënten tezamen, omgerekend naar twaalf bijdrageperioden van vier weken en één bijdrageperiode die vier of vijf weken bedraagt conform de internationale standaard ISO 8601, na afdracht van bedoelde bijdrage een bedrag overhoudt dat overeenkomt met het zak- en kleedgeld, vermeerderd met de met toepassing van artikel 4 van de Wet op de zorgtoeslag berekende standaardpremie en gecorrigeerd met de zorgtoeslag.
In afwijking van het eerste lid is de bijdrage niet verschuldigd indien de cliënt of zijn echtgenoot in de bijdrageperiode gedurende twee of meer aaneengesloten nachten in een instelling voor beschermd wonen verblijft.
Slothoofdstuk.