Het college kan personen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, de
volgende specifieke voorzieningen aanbieden als onderdeel van een
traject:
a. sociale activering: het verrichten van maatschappelijk nuttige
activiteiten als voorbereiding op een traject gericht op werk of gericht
op het voorkomen van sociaal isolement;
b. scholing: het opdoen van kennis en vaardigheden (competenties) met
als doel het vergroten van de kansen op werk;
c. duale trajecten: gecombineerd leren en werken, waardoor het tekort
aan scholing en werkervaring wordt aangepakt.