**1..** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere
verplichtingen verbinden.
**2..** Het college kan een voorziening beëindigen:
a. indien een persoon die aan een voorziening deelneemt zijn
verplichtingen als bedoeld in de wet, deze verordening dan wel het
trajectplan niet nakomt;
b. indien een persoon die aan een voorziening deelneemt niet meer
behoort tot de doelgroep van de wet of deze verordening;
c. indien een persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt dan
wel aanspraak maakt op algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen
gebruik wordt gemaakt van een voorziening;
d. indien naar het oordeel van het college de voorziening
onvoldoende bijdraagt aan een snelle, doelmatige arbeidsinschakeling
van de belanghebbende.
**3..** Het college plaatst de persoon die aan een voorziening deelneemt
alleen bij een organisatie indien door zijn plaatsing de
concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en
indien door zijn plaatsing geen verdringing op de arbeidsmarkt
plaatsvindt.
**4..** De voorziening genoemd in artikel 9 geldt niet voor
niet-uitkeringsgerechtigden als bedoeld in artikel 6 van de wet en
personen als bedoeld in artikel 7 van de wet met een nabestaanden-
of halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet.