Bindingseisen mogen niet worden gesteld aan de volgende categorieën:
Degenen waarvan 'redelijkerwijs' niet of niet meer verwacht kan worden dat zij door het duurzaam verrichten van arbeid in hun bestaan voorzien, zoals: gepensioneerden, ernstig invaliden en langdurig werklozen;
Remigranten (Nederlanders in den vreemde die terugkeren naar Nederland);
Verblijfsgerechtigden die op grond van de Vreemdelingenwet 2000 zijn toegelaten dan wel degenen die om klemmende humanitaire redenen zijn toegelaten dan wel anderen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning (als bedoeld in de wet) indien zij vanwege die omstandigheid woonruimte nodig hebben[m.a.w.: degene die als vluchteling / vreemdeling inmiddels in het land zelfstandige woonruimte heeft verkregen, geldt niet (meer) als de vluchteling / vreemdeling zoals hierboven genoemd], inclusief vluchtelingen zonder verblijfsvergunning maar die van rijkswege benoemd zijn tot het in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning;
Gescheidenen (evt. van tafel en bed) die in verband daarmee dringend woonruimte behoeven;
Degenen die een scheidingsprocedure aanhangig hebben gemaakt én een voorlopige voorziening hebben verkregen en in verband daarmee dringend woonruimte behoeven.
Een gezamenlijk huishouden dat gevoerd wordt tussen (ongehuwde) personen aan de hand van een samenlevingscontract of partnerregistratie, wordt gelijkgesteld aan een huwelijk. Ook deze categorie valt daarmee in de categorie ‘gescheidenen’.
Noodopvang en vrouwenopvang
Er worden geen bindingseisen gesteld aan woningzoekenden die in een erkend adres voor noodopvang of vrouwenopvang in de gemeente of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Westland verblijven.
Hardheid
Indien de aanvrager niet voldoet aan de bindingseisen dan zal onderzoek op basis van de aangeleverde gegevens gedaan moeten worden naar de aard en mate van de woonproblemen en de binding aan de gemeente of één van de volgende gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Westland om in het advies van de Toetsingscommissie te kunnen vaststellen dat de toepassing van de bepalingen in de regionale Huisvestingsverordening niet leidt tot een bijzondere 'hardheid' voor de aanvrager.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 13c
van de Huisvestingswet
Onderdeel van Uitvoeringsregels voorrangsbepaling gemeente Zoetermeer 2015