Er wordt een voorrangsverklaring verleend indien de verwachting is dat woningzoekende niet in staat is om binnen drie maanden andere (passende) woonruimte te krijgen.
Het weigeren van passende woningen dan wel het niet reageren op het beschikbaar gekomen woningaanbod in de periode vanaf het ontstaan van de woonproblemen tot het moment van aanvragen van de voorrangspositie en de periode van de behandeling van de aanvragen zal de Toetsingscommissie bij haar oordeel betrekken.
Als ingeschat wordt dat de woningzoekende binnen redelijke termijn (drie maanden) zonder voorrangspositie woonruimte zal kunnen vinden indien hij zich op het voor hem juiste deel van de woningmarkt in de gemeente of één van de volgende gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Westland richt, dan:
wordt hem dit meegedeeld en
aangeraden eerst die kansen te benutten en
eventueel daarna alsnog de voorrangspositie aan te vragen.
Voor situaties waarvan vooraf duidelijk is dat binnen drie maanden geen passende woning beschikbaar zal komen - denk aan rolstoelwoningen en grote woningen - dan wel dat om medische of sociale redenen behandeling van de aanvraag geen langer uitstel duldt, dan wordt de aanvraag direct ingenomen en behandeld.
De aanvrager die op grond van het criterium 'woonkostentoeslag' om de voorrangsverklaring verzoekt, behoeft eveneens niet eerst drie maanden zonder voorrang te hebben gereageerd op het vrijkomende woningaanbod.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 2.5
Voorafgaande zoektermijn
Onderdeel van Uitvoeringsregels voorrangsbepaling gemeente Zoetermeer 2015