In deze verordening wordt verstaan onder:
college: het college van burgemeester en wethouders van Den
Helder;
eigenaar: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van
woonruimte of een gebouw. Onder ‘eigenaar in de zin van het
Burgerlijk Wetboek’ wordt in deze verordening en de daarop
berustende bepalingen mede verstaan: de erfpachter,
vruchtgebruiker, gerechtigde tot een appartementsrecht als
bedoeld in artikel 1 06 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek,
of degene aan wie door een rechtspersoon het gebruiksrecht van
een woonruimte is verleend;
huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die
een gemeenschappelijke huishouding voeren;
woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet samen met een of
meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door
een huishouden;
zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft
en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit
afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die
woonruimte;
kamerverhuurpand: gebouw of een deel van een gebouw met, of
geschikt te maken voor drie of meer kamers, niet vallende onder
het begrip logiesgebouw en/of logiesverblijf als bedoeld in het
Bouwbesluit, welke kamers als hoofdverblijf apart zijn of kunnen
worden bewoond door niet in het verband van een huishouden
levende personen. Begeleid wonen wordt niet beschouwd als
kamerverhuurpand;
inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van
een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is
genomen;
onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte
bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke
niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit
daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die
woonruimte;
gemeenschappelijke voorzieningen: ruimten, opstelplaatsen,
aansluitingen, installaties, apparatuur en dergelijke die
gebruikt kunnen worden door de bewoners van drie of meer
onzelfstandige woonruimtes;
omzetting: het omzetten van een zelfstandige woonruimte in een
onzelfstandige woonruimte;
huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor
het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag
per maand;
bewoning: met bestemming tot bewoning wordt bedoeld dat men daar
permanent woont en daar zijn hoofdverblijf heeft, zoals bedoeld
in de Wet basisregistratie personen;
omzettingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 21,
onder c van de Huisvestingswet 2014;
buurtindeling: de indeling volgens de CBS wijk- en buurtindeling
van de gemeente Den Helder;
gebruiksoppervlaktemaat: de maat van de gebruiksoppervlakte als
bedoeld in NEN 2580;
bijzonder woningcomplex: samengesteld geheel van tenminste drie
zelfstandige en/of onzelfstandige woonruimtes;
Short-Stay: huren van tijdelijke woonruimte door bedrijven voor
hun medewerkers;
buurt: deel van een wijk volgens de wijk- en buurtindeling van
de gemeente Den Helder, laatstelijk vastgesteld door de
gemeenteraad d.d. 2 november 1988.