**1..** Het college kan de omzettingsvergunning intrekken indien:
de vergunning is verleend op grond van door de
vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
waren;
de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften
niet worden nagekomen;
de vergunninghouder één jaar na het onherroepelijk worden
van de vergunning daarvan nog geen gebruik heeft gemaakt, of
de woonruimte waarvoor de vergunning is verleend langer dan
één jaar niet meer in gebruik is;
vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat
handhaving van de vergunning zou leiden tot een verstoring
van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een
verstoring van een geordend woon- en leefmilieu van het
gebouw waarop de vergunning betrekking heeft;
het aantal onzelfstandige woonruimten en/of het aantal
bewoners afwijkt van het in de aanvraag vermelde
aantal.
**2..** Het college gaat niet eerder tot intrekking van de vergunning over,
voordat degene tegen wie het besluit tot intrekking wordt genomen
bij brief in kennis is gesteld dat het voornemens is, dat het de
vergunning zal intrekken, indien voor een nader te bepalen datum
niet zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen, dat
alsnog aan de desbetreffende bepalingen van deze verordening wordt
voldaan en hij/zij in de gelegenheid is gesteld zich door of namens
het college te doen horen.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 2.5
Intrekken van de omzettingsvergunning
Onderdeel van Verordening op de kamerverhuurpanden 2015