Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 9.

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2015

1.. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op: vijf procent van de grondslag, gedurende één maand, bij gedragingen van de eerste categorie; tien procent van de grondslag, gedurende één maand, bij gedragingen van de tweede categorie; twintig procent van de grondslag, gedurende één maand, bij gedragingen van de derde categorie; vijftig procent van de grondslag, gedurende één maand, bij gedragingen van de vierde categorie honderd procent van de grondslag, gedurende één maand, bij gedragingen van de vijfde categorie 2.. De duur en - met uitzondering van het bepaalde onder e.- de hoogte van de maatregel als bedoeld in het eerste lid, worden verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid. 3.. De duur en - met uitzondering van het bepaalde in het eerste lid, onder e.- de hoogte van de maatregel als bedoeld in het tweede lid, worden nogmaals verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit zoals bedoeld in het tweede lid opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel