Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 5

algemene bepalingen over voorzieningen

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Midden-Delfland 2015

1.. Het college biedt de belanghebbende voorzieningen aan, voor zover deze voorzieningen voor de participatie noodzakelijk worden geacht. 2.. Er bestaat geen aanspraak op ondersteuning of een voorziening, als er sprake is van een voorliggende voorziening die naar het oordeel van het college in voldoende mate bijdraagt aan de re-integratie van de belanghebbende. 3.. Het college kan een voorziening beëindigen als: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in artikel 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Ioaw of de artikelen 13 en 37 van de Ioaz niet nakomt; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het een persoon betreft als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a onder 2 van de wet; de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening of in de onderliggende beleidsregels worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel