Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Voorwaarden voor besteding pgb

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit beschermd wonen Gemeente Breda 2015

1.. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij de besteding van een pgb: Besteding pgb kan alleen als een pgb-houder op het moment van de inzet van zijn/haar pgb een geldige indicatie voor beschermd wonen heeft. Er is geen verantwoordingsvrij bedrag. Voor pgb-budgethouders met meerdere pgb’s of met ook gebruik van zorg via ZIN: schuiven tussen verschillende budgetten is niet toegestaan, tenzij hierover afspraken zijn gemaakt met het college. 2.. Pgb budgethouders mogen vanuit het budget de volgende uitgaven wel doen: Vervoerskosten van en naar de plek waar begeleiding en/of dagbesteding geboden wordt, maar alleen als er ook een beschikking is voor de begeleiding en/of dagbesteding zelf. 3.. Het pgb mag niet worden besteed bij een aanbieder buiten de regio Breda, tenzij er sprake is van overbruggingszorg in de periode dat een cliënt op een wachtlijst staat. Het college kan hier een uitzondering op maken, naar aanleiding van een gemotiveerd verzoek door de pgb-budgethouder. 4.. Pgb budgethouders mogen vanuit het budget in ieder geval de volgende uitgaven niet doen: Kosten voor bemiddeling; Kosten voor het voeren van een pgb-administratie; Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb; Contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo, kosten voor het volgen van cursussen over het pgb, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; Eigen bijdragen van de budgethouder; Alle kosten voor zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Wmo valt. Onderdak en voeding. Dit zijn algemeen noodzakelijke kosten die iedereen moet maken. Indien nodig kan de pgb budgethouder hiervoor een beroep doen op bijstand. een eenmalige uitkering; een feestdagenuitkering; Reiskosten van de zorgverlener; een vast maandloon voor zorgverleners, gezien budgethouders zorgverleners via declaratie of factuur dienen uit te betalen.

Rechtspraak bij dit artikel