**1..** De aanvrager van de studietoeslag:
is een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, Participatiewet; en
is 18 jaar of ouder; en
heeft recht op studiefinanciering op grond van de WSF 2000 of op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de WTOS; en
eeft geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet; en
is niet in staat om met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, maar heeft wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie; en
ontvangt geen andere inkomsten dan uit studiefinanciering op grond van de WSF 2000, of de WTOS; en
kan de studie niet combineren met arbeidsparticipatie; en
volgt niet een studie met weinig relevantie of perspectief voor de arbeidsmarkt.
**2..** Het college kan, in aanvulling op het bepaalde in artikel 36b, eerste lid van de Participatiewet, in beleidsregels vastleggen wie, wanneer en op grond van welke nadere voorwaarden, recht heeft op een individuele studietoeslag.
**3..** Het college kan een budgetplafond vaststellen.
**4..** Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor de individuele studietoeslag.