Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Artikel 1.1

Onderdeel van verordening gedragscode wethouders 2015

Een wethouder moet actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegengaan. Toelichting: De wetgever heeft wethouders op drie manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan: (1) De wetgever bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders, als bestuursorgaan, zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft het college de verantwoordelijk- heid er voor te waken dat persoonlijke belangen van wethouders de besluitvorming beïnvloeden. Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de wethouders uit hoofde van hun taak behoren te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling. Let wel: het gaat hier om persoonlijke belangen; het gaat niet alleen om - zoals vaak wordt gedacht - ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. Collegeleden moeten dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat, die de besluitvorming kan beïnvloeden. De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van het college als geheel om ertegen te waken dat persoonlijke belangen van zijn leden de besluitvorming beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming. Wethouders struikelen soms in gevallen waarin ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Het is dan ook in het belang van henzelf dat dit voorschrift zo expliciet in de code is opgenomen. (2) De wetgever verbiedt de wethouders expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. In de artikelen 1.4 en 1.5 van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen. In bijlage I en II van deze gedragscode treft u een opsomming aan van verboden combinaties en handelingen. Het wordt dringend aangeraden deze bijlagen nauwkeurig te bestuderen. (3) De wetgever eist van wethouders dat zij al hun functies, en - als de wethouder de functie als wethouder niet in deeltijd bekleedt -de inkomsten uit die functies, bekend maakt. Op die manier wordt het voor raadsleden, bestuurders, fractievoorzitters, partijbestuurders, griffier en gemeentesecretaris mogelijk een wethouder te waarschuwen voor kwesties waarin belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen op basis daarvan hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook verordonneerd dat wethouders tevens al hun substantiële financiële belangen bekendmaken bij ondernemingen die zaken doen met de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel