De burgemeester moet actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegengaan.
Toelichting: De wetgever heeft de burgemeester op drie manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan:
(1) De wetgever geeft ten eerste aan dat het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) zijn taak als bestuursorgaan zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever maakt het college verantwoordelijk om er voor te waken dat persoonlijke belangen van een collegelid de besluitvorming beïnvloeden. Met persoonlijk belang wordt gedoeld op elk belang dat niet behoort tot de belangen die zij uit hoofde van hun taak behoren te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling.
Let wel: het gaat hier om persoonlijke belangen; het gaat niet alleen om - zoals vaak wordt gedacht - ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. Collegeleden moeten dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden.
De wetgever doet hier dus een beroep op de verantwoordelijkheid van het college als geheel om te voorkomen dat persoonlijke belangen van zijn leden de besluitvorming beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming.
Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Het is dan ook in het belang van henzelf dat dit voorschrift zo expliciet in de code is opgenomen.
(2) De wetgever verbiedt de burgemeester expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. In de artikelen 1.4 en 1.5 van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen. In bijlage 1 en 2 van deze gedragscode treft u een opsomming aan van deze verboden combinaties en handelingen. Het wordt dringend aangeraden deze bijlagen nauwkeurig te bestuderen.
(3) De wetgever eist van de burgemeester dat hij al zijn functies, en de inkomsten uit die functies, bekend maakt. Op die manier wordt het voor raadsleden, wethouders, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk hem
te waarschuwen voor de kwesties waarin belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen op basis daarvan hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook verordonneerd dat de burgemeester tevens al zijn substantiële financiële belangen bekendmaakt bij ondernemingen die zaken doen met de gemeente.