**1..** Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering van iedere
zittingsperiode van het algemeen bestuur de leden van het
dagelijks bestuur aan.
**2..** De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop de
zittingsperiode van het algemeen bestuur eindigt. Zij blijven
indien en voor zover zij nog lid van het college van
burgemeester en wethouders van de gemeente zijn, als lid van het
dagelijks bestuur functioneren tot het moment waarop in hun
opvolging is voorzien.
**3..** Een lid van het dagelijks bestuur dat tussentijds ophoudt lid
van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het
dagelijks bestuur te zijn.
**4..** De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde zelf
ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter
onverwijld schriftelijk op de hoogte.
**5..** Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur
ontslaan als dit lid niet langer het vertrouwen van het algemeen
bestuur geniet.
**6..** Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur openvalt,
wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid
aan. Indien het ontstaan van een vacature in het dagelijks
bestuur gepaard gaat met het openvallen van een plaats in het
algemeen bestuur, geschiedt de aanwijzing zo spoedig mogelijk
nadat in de vacature binnen het algemeen bestuur is voorzien,
maar in ieder geval binnen 6 weken na openvallen van de plaats
in het dagelijks bestuur, tenzij de voorzitter een andere
termijn vaststelt.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 2
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst regio Utrecht