De voorzitter treedt af op de dag waarop de zittingsperiode
van het algemeen bestuur eindigt. De voorzitter blijft
indien en voor zover hij of zij nog lid van het college van
burgemeester en wethouders van de betrokken deelnemende
gemeente is, als voorzitter functioneren tot het moment
waarop in zijn of haar opvolging is voorzien.
Indien de voorzitter ophoudt lid van het algemeen bestuur te
zijn, houdt hij of zij tevens op voorzitter te zijn.
Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslaan als hij of
zij niet langer het vertrouwen van het algemeen bestuur
geniet.
Indien het voorzitterschap van de Omgevingsdienst
tussentijds openvalt, wijst het algemeen bestuur zo spoedig
mogelijk een nieuwe voorzittergemeente c.q. voorzitter aan.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst regio Utrecht