Aan het algemeen bestuur komen alle taken en bevoegdheden toe die
aan de Omgevingsdienst bij of krachtens de regeling zijn opgedragen,
die niet bij of krachtens de regeling dan wel op grond van
toepasselijke wet- en regelgeving, aan het dagelijks bestuur of de
voorzitter, dan wel een commissie als bedoeld in artikel 26 zijn
opgedragen. Tot deze taken en bevoegdheden behoren in ieder
geval:
het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur;
het houden van toezicht op het financiële beheer van de
Omgevingsdienst;
het vaststellen van een bedrijfsplan en beleidsplannen;
het vaststellen van de begroting en de jaarstukken.
Hoofdstuk 6 › Afdeling 1
Artikel 21
Artikel 21
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst regio Utrecht